Maaike's verhalen

Extra informatie

Geplaatst op 27-3-2015 17:18:10

Onderwerp

Nieuwste berichten

  • #Comment.NoComments

#Comment.Button.SignInToComment

De nevelen van leven en dood

Slierten nevel strekken zich vanuit de bergen als lange klauwen verder het dal in. Ze kronkelen tussen de bomen door en strekken zich over de velden uit. Overal blijven kleine glinsterende druppels liggen. De lucht voelt drukkend binnen de nevel.
‘Skylarrr….’ fluisteren de nevelnimfen.
De huizen worden in de nevel opgeslokt. De bewoners sluiten hun luiken om de kilte en fluisteringen buiten te houden. Het nevelseizoen is een tijd van komen en gaan, maar hoe men ook uitziet naar de geboortes, men wenst geen afscheid te moeten nemen van hun dierbaren. Hoe dikker de mist wordt, hoe dwingender de fluisteringen van de genoemde namen en er is geen ontkomen aan het nemen van afscheid.

Bij een flikkerend kaarslicht zitten ze tegenover elkaar aan tafel. Krampachtig houden ze elkaars hand vast. Ze hebben de fluisteringen gehoord en de vrouw heeft haar arm beschermend om haar bollende buik gelegd. Ergens tijdens de ondoordringbare nevel zal het kleine wezentje ter wereld komen, maar ze heeft geen idee of zij daarbij aanwezig zal zijn. Hun ogen ontmoeten elkaar, elk moment kan de laatste zijn.
‘Misschien hebben ze een fout gemaakt.’
‘Ze maken geen fouten, Iehro. Nooit.’
‘Of ze bedoelen iets anders.’
Skylar schudt mismoedig haar hoofd. Iehro knijpt bemoedigend in haar hand, als de fluistering tussen de kieren van het huis horen glippen.
‘Ik kan..’
‘Nee! Je moet hier blijven.’ Skylar streelt over haar buik en kijkt Iehro ondertussen doordringend aan. ‘Ze zal je nodig hebben.’
‘Misschien is er een mogelijkheid. Je kent de geruchten! Voor mij zou je hetzelfde doen.’
Er wellen tranen in haar ogen op.
‘Blijf bij me. Alsjeblieft, Iehro. Nevelnimfen wijken nooit, wat je ze ook verteld. Blijf hier,’ smeekt ze.
Iehro knikt en staat op. Hij hurkt naast haar neer en slaat zijn armen om haar heen, terwijl hij zachtjes zijn oor tegen haar buik aanlegt. Misschien is dit het dichtst dat hij ooit bij zijn kind zal komen. Het enige moment dat hij zowel zijn vrouw als kind in zijn armen kan sluiten. Met zijn ogen gesloten, laat hij het lot tot zich doordringen, luisterend naar de fluistering die nog ver weg is.

Het Nevelseizoen duurt op zijn langst vier weken, maar dat is zelden het geval. Voor die tijd zijn alle zielen al opgehaald en zijn kinderen ter wereld geholpen. Verdriet en vreugde gaan hand in hand.
Iehro trekt zacht de deur achter zich dicht en tuurt de nevel in, waar schimmen doorheen glijden. Nevelnimfen. De zon doet haar best door de nevel te schijnen, maar faalt daarin. Iehro begint te lopen, zonder een blik achterom te werpen. Het zou hem aan het twijfelen brengen, wat als hij te laat is?
De nevel laat druppels achter op zijn huid en hoe verder hij het bergpad volgt, hoe minder hij kan zien. Iehro vreest het ergste. Hoe sneller de vallei dichttrekt, hoe korter het seizoen. Volgens de geruchten, komen de Nevelnimfen uit een van de kloofspleten, waar de bergwanden door woeste draken zijn gescheurd. Iehro gelooft niet in de draken, dan hadden ze in het dorp er vast wel één gezien. Wel gelooft hij dat de Nevelnimfen zich schuilhouden op de bergkam, daar waar de nevel elk seizoen vandaan komt.

Het pad door het bos is glibberig geworden. Zijn stappen laten steeds diepere afdrukken achter, waardoor Iehro naar boven zwoegt. Zijn adem vlucht in wolkjes voor hem uit, alsof ze hem de weg willen wijzen. De nevel laat het water vermengd met zweet met straaltjes langs zijn slapen stromen. Hoe hoger hij komt hoe minder ver hij kan zien en hoe indringender de fluisteringen zijn. Iehro hoort de naam van zijn vrouw steeds vaker en ze bezorgen hem rillingen. Soms lijken het nauwelijks nog fluisteringen, bijna alsof er iemand naast hem staat. Hij moet opschieten! Hij probeert zijn benen te dwingen nog sneller te lopen, maar hij begint uitgeput te raken. Zijn hart bonkt in zijn keel van angst om Skylar kwijt te raken.

De modder begint te veranderen in glibberige stenen. De bomen om hem heen, veranderen in struiken, tot er niets meer om hem heen groeit. Hij heeft geen idee of hij goed loopt. Er zijn geen herkenningspunten zo hoog en de nevel draagt er ook niet aan bij. Hijgend stopt hij om op adem te komen. Hoeveel mensen hebben het al geprobeerd de Nevelnimfen te misleiden? Alle verhalen die hij kent liepen uit op mislukking. Geen van de gefluisterde zielen is nog onder hen.
Iehro vervolgt zijn pad en houdt zich voor dat hoe meer Nevelnimfen hij ziet, hoe dichterbij hij in de buurt komt van de spleet waar de geruchten over gaan.
Zijn voeten glijden onder hem vandaan, evenals de stenen en keien waarop hij loopt. Hij smakt tegen de grond en glijdt een stuk naar beneden. Wild graait hij met zijn armen om hem heen, op zoek naar iets van houvast. Dan ligt hij stil, draait zich op zijn rug en probeert op adem te komen. Hij staart naar de grauwe lucht om hem heen. Als hij niet oppast zullen ze allebei het Nevelseizoen niet overleven.
Voorzichtig komt Iehro overeind. Schuin de berghelling volgend, klimt hij traag hoger. Hij denkt aan Skylar die thuis zich vast bezorgd over hem maakt en ondertussen ook woest op hem is.
Donkere schaduwen onderscheiden zich van de mist en Iehro gokt dat het de overhellende bergkam moet zijn. Hier ergens moet de spleet zijn. Zachte koele wind wervelt om hem heen en dirigeert hem verder te lopen.
Voor hem in de rotswand, is de berg opengespleten. Hij moet over een paar grote rotsblokken heen klauteren waar hij zijn handen aan openhaalt. Dan staat hij in de spleet, waar de nevel nauwelijks te vinden is. Iehro kijkt de ruimte rond, op zoek naar iets dan hem kan helpen. Er lijkt achterin de kloof een kleine opening te zijn. Op zijn hoede schuifelt hij dichterbij. Hij heeft het gevoel dat iets hem bekijkt.
‘Wie durft mij te aanschouwen!’
De stem dondert en echoot door de ruimte heen. Iehro kijkt verschrikt naar boven, bang dat de berg op hem zal neerdalen. Enkele stenen vallen naar beneden. Als de rust in de grot wederkeert, draait hij zich langzaam om. Vele verhalen heeft hij over de wezens gehoord en nog nooit eerder heeft hij er een gezien. Twee gelen ogen staren hem aan, terwijl er rook uit zijn neusgaten komt. Zijn lange staart kronkelt om de stenen heen en zijn vleugels versperren elke mogelijke uitweg. De draak kijkt hem afwachtend aan.
‘Ik,’ stamelt Iehro.
‘Je lijkt niet op de Nevelnimfen, maar je  ruikt wel even waterig.’
Het grote wezen knijpt zijn ogen samen en buigt zich dichter naar Iehro toe.
‘Mens!’ buldert het. ‘Maak dat je wegkomt, voor dat mijn vlammen je levensdraad zullen verschroeien!’
Iehro zet een stap achteruit, maar maakt verder geen aanstalten om te vertrekken. Hij klampt zich in gedachte vast aan Skylar en haar lot. Hij is hier om haar te redden en hij zal zich niet laten wegsturen.
De draak ademt in, de rookpluimpjes bij de neusgaten verdwijnen en Iehro vermoedt wat er gaat komen. Haastig duikt hij weg achter een paar grote rotsblokken, net op tijd om de vlammen die boven zijn hoofd langs schroeien te ontwijken.
‘Niemand komt zonder mijn toestemming bij de levensdraden, scheer je weg!’
De grond trilt als de draak dichterbij komt en Iehro pijnigt zijn hersenen om de draak te misleiden, maar hij komt tot niets.
‘Wacht!’
‘Waarom zou ik wachten op een indringer?’
Iehro komt iets boven de rots uit. Hij weerstaat de neiging om achteruit de deinzen als de drakenkop enkele centimeters van hem vandaan is.
‘Ik moet haar redden,’ fluistert Iehro hees. ‘Er is weinig tijd meer en ik…’ Hij heeft geen woorden om het komende verlies uit te spreken. ‘Ze moeten het fout hebben,’ fluistert hij uiteindelijk.
‘Die waterige nimfen hebben het nog nooit sinds mijn dienstjaren fout gehad!’ sist de draak.
‘Hoe kunnen ze de levensdraad van een toekomstige moeder verbreken?’ vraagt Iehro wanhopig.
Daar heeft de draak geen antwoord op. Het beest zet een paar stappen naar achteren, maar houdt zijn blik op Iehro gericht.
‘Een duel. Als je me verslaat, mag je de spelonk der Levensdraden betreden.’
‘Een duel?’
De draak spuwt vuur richting het dak van de grot waar ze in staan. Iehro staart met open ogen naar de vormen die zich langzaam vormen. Hij ziet vuurbloemen in de holtes van de uitstekende rotspunten verschijnen en kleine vuurhagedisjes over de rotswanden omhoog kruipen. Slangen glijden langs zijn voeten en er tollen kleine balletjes die steeds kleiner worden tot er niets meer van over is.
‘Nu jij,’ zegt de draak sluw.
De draak zet een paar stappen naar achteren om Iehro de ruimte te geven. Verslagen probeert Iehro te bevatten wat hij zo juist heeft gezien en hoe hij dat in vredesnaam moet overtreffen.
Iehro rommelt in zijn zakken opzoek naar iets bruikbaars. Hij haalt twee glimmende stenen tevoorschijn die hij tegenelkaar aanwrijft tot er kleine vonkjes vanaf springen.
Een bulderende lach vult de ruimte. Iehro negeert de draak en wrijft verwoester heen en weer, de vonkjes zijn iets groter, maar het lijkt in niets op wat de draak hem heeft laten zien.
‘Heb je inspiratie nodig?’ zegt de draak honend.
Iehro kijkt op, zijn blik blijft even hangen op de kleine nis en dan stemt hij in. Even kijkt hij gefascineerd toe naar hoe de draak de mooiste creaties van vuur maakt, als de draak zichzelf verliest in de vuurkunst, zet Iehro het op een lopen. Hij schiet de nis is en hoort de draak woedend brullen.

Even moet Iehro wennen aan de duisternis, na de overdaad aan vuur van de draak. Ademloos kijkt hij een grote spelonk in hij op richel in is uitgekomen. Overal hangen glinsterende draden met druppels eraan van de nevel. De ene draad glimt en glinstert meer dan andere draden. Hij zet voorzichtig een stap naar voren. Blijft vlak voor de afgrond staan en tuurt naar de zilveren spinnen die de draden maken en verbreken. Hoe moet hij ooit de draad van Skylar vinden? En als hij die al vindt, hoe moet hij de levensdraad verlengen?
Een schim komt naast hem hangen. Eerst merkt Iehro de schim niet op, zo gebiologeerd staart hij naar de grote zilveren spinnen die als touwdansers over de levensdraden glijden. Nieuwe draden spinnen en oude laten oplossen.
‘Uitzonderlijk..
Verschrikt kijkt Iehro naar de schim. Het is nauwelijks beter te zien dan in de nevels. De schim sterkt zich uit naar de levensdraden onder hen.
‘Voor de juiste prijs… kunnen we je moed belonen.’
‘Ik doe alles,’ zegt Iehro vlug, bang dat het aanbod ingetrokken wordt. Hij wil alles doen zolang Skylar en zijn toekomstige kindje maar blijven leven.

Voordat Iehro terugkeert naar het dorp ziet hij nog net hoe een zilveren spin twee draden verbreekt en de uiteinde aan elkaar weeft. Er lopen rillingen over zijn rug.
Als hij de pleet instapt ligt de draak opgerold in een hoek. Even denkt Iehro dat het beest slaapt, maar net voor hij de buitenlucht instapt ziet hij over zijn schouder dat de draak hem nauwlettend in de gaten houdt. Hij haast zich terug naar huis, maar hoe dichterbij hij bij het dorp komt, hoe moeizamer zijn benen vooruit willen.

Eenmaal in het dorp aangekomen is de nevel minder dicht dan toen hij het dorp verliet. Met een bonzend hart begeeft hij zich naar zijn huis. Wat als de nevelnimf gelogen heeft? Moeizaam duwt hij deur open. Het is stil in het huis en de houten planken kraken luidt als hij zich naar binnen begeeft.
‘Skylar?’
Er komt geen reactie. Hij loopt hun slaapkamer binnen. Hij kijkt op haar neer. Skylars ogen zijn gesloten en in haar armen houdt ze een klein hummeltje vast, dat hem met grote ogen aankijkt.
Als ze slaperig haar ogen opent, slaakt ze een kreet van schrik en komt schokkerig overeind, het hummeltje dicht tegen zich aandrukkend.
‘Skylar, ik ben het. Iehro.’
‘Wat heb je gedaan!?’
Hij kijkt even naar het verschrikte gezicht van Skylar en haast zich dan naar de wasruimte waar de enige spiegel in het huis hangt. Hij staart in het gezicht dat niet van hem is. Zijn haar is een mengelmoes van bruin en grijs en ook de eerste rimpels tekenen zich af bij zijn ogen en mond.
Skylar verschijnt achter hem en kijkt met tranen in haar ogen hem aan.
‘Ik dacht,’ fluistert ze, ‘dat je voor altijd weg zou zijn. Dat ze jouw levensdraad…’ Snikkend kruipt ze in de veilige armen van Iehro met het kleine hummeltje tussen hen in. ‘Laat me nooit meer zo achter, Iehro.’
‘Dat beloof ik,’ fluistert Iehro in haar oor, terwijl hij zich afvraagt of hij die belofte kan waarmaken, nu zijn levensdraad met die van haar verbonden is. Nu zijn leven korter is geworden om de draad van Skylar te verlengen. Maar lang blijft hij daar niet bij stilstaan, met de prijs van de nevelnimfen kan hij leven. Hij neemt zijn dochtertje Nemsia in zijn armen en geniet van de omhelzing die hij dacht nooit te kunnen maken.

Achtergrond: Zwitserland, Nendaz, in de buurt van Lac de Cleuson (2010)