Maaike's verhalen

Extra informatie

Geplaatst op 3-11-2014 20:37:19

Onderwerp

Nieuwste berichten

  • #Comment.NoComments

#Comment.Button.SignInToComment

De Mistruiter

Esmei haalt diep adem en stapt de schaduw in. De schemerige kleuren doen haar opleven en ze maakt een pirouette van plezier, waarna ze zich op haar knieën laat vallen. Kon ze die maar vastpakken, de enige herinnering aan thuis. Als de Mistruiter haar niet had gezien, als ze niet gekeken had…

Mistwolken glijden over het dorpje heen, als Esmei haar neus tegen het raam duwt. Wat haar ouders haar ook vertellen, nu zal ze de ruiter aanschouwen wanneer hij door het sneeuwvlokjesgordijn tevoorschijn treed.
‘Esmei, het is laat.’
Het meisje staart Oost-Indisch doof naar buiten, naar de vallende sneeuwvlokjes, die als vliegjes naar beneden tuimelen. De grond begint al wit te worden, de Mistruiter zal vast gauw komen, áls hij bestaat.
Ieder jaar wanneer de winter haar intrede doet, vertrekken koopmannen naar verre landen, schepen varen naar de horizon en boeren halen haastig hun vee binnen. De Mistruiter is de enige die zich in de sneeuwstorm buiten waagt.
‘Esmei, kom bij dat raam vandaan!’
De stem klinkt bevelend, het helpt niet. Esmei zit gekluisterd bij het raam, klaar om de waarheid onder ogen te zien. Met haar ogen tot spleetjes geknepen, tuurt ze tussen de vlokjes door. De sneeuw lijkt uiteen te wijken terwijl een ruiter de storm moeiteloos trotseert.
Verschrikt klimt ze uit de vensterbank en vlucht naar boven. Esmei duikt onder de dekens en wacht met een kloppend hart af. Zou hij haar gezien hebben? Waarom twijfelde ze aan het aloude verhaal over de Mistruiter?

Het blijft stil beneden. Met een been al over de bedrand, hoort ze beneden iemand aankloppen. Haar hart bonkt in haar keel. Op haar tenen loopt ze naar de trap en ziet hoe haar vader de winter binnenlaat, samen met een ruiter.
‘Het meisje.’
Esmei schrikt als haar moeder in tranen uitbarst. Ze had naar hen moeten luisteren! Als het verhaal waar is, moet ze uit de handen van de ruiter zien te blijven. Esmei loopt naar haar dakraam toe. De sneeuw ligt al tot halverwege, nog even en het gaat niet meer open. Dit is haar enige uitweg.

Hijgend rent ze door het dorpje, weg van haar huis en weg van de Mistruiter. Ze kan nauwelijks een hand voor ogen zien als ze in het bos uitkomt. De bomen doemen uit het niets voor haar op. Moe en uitgeput blijft ze uiteindelijk staan. De ademwolkjes bevriezen als Esmei ze uitblaast. De Mistruiter zal haar in deze sneeuwstorm nooit vinden. Hij zoekt vast in het dorp, dat moet gewoon.
Het geluid van briesen, doet haar verschrikt omdraaien. Langzaam komt hij dichterbij op zijn zwarte ros, ze steken af tegen de onschuldige witheid om hen heen.
Als hij vlakbij is, steekt hij zijn hand uitnodigend uit. Bevroren blijft ze staan. Het eeuwenoude verhaal verbiedt haar, hem aan te raken. Dan zal hij haar in zijn macht hebben. Ze zal verloren zijn en in het land van sneeuw opgeslokt worden. Iedereen zal haar vergeten!
‘Nee!’
Ze wil zich omdraaien als ze iets dichterbij ziet komen. Nog een Mistruiter? Volgens het verhaal bestaat er maar één. Vertwijfeld kijkt Esmei naar de gedaante gehuld in zwart. Het meisjesachtige gezicht dat haar aanstaart herkent Esmei ergens van.
‘Waarom zij?’
De stem is Esmei vaag bekend, een lang vervlogen herinnering probeert naar de oppervlakte te zwemmen. Tevergeefs, Esmei kan hem niet vastgrijpen.
Ze werpt een blik op de zwijgende ruiter, zal hij haar nu in ijs veranderen en zal ze met de lentezon smelten?
‘Je moet me helpen, Esmei. Ik weet dat je me vergeten bent, maar je bent mijn laatste hoop.’
‘Wie ben je?’
Het meisje slaat haar ogen neer, ademwolkjes komen uit haar mond als ze diep adem haalt.
‘Ooit was ik je hartsvriendin.’ Twee ijsblauwe ogen doorboren Esmei als het meisje opkijkt. ‘Asmiela.’
‘Ik ken geen Asmiela,’ stamelt Esmei. ‘Hoe kom ik naar huis?’
Asmiela schudt haar hoofd.
‘Dat gaat niet, als de Mistruiter je kiest, dan ben je de uitverkorene van de winter.’
Esmei dwingt haar benen in beweging en rent tussen de bomen door. Zij zal hoe dan ook niet in een sneeuwpop veranderen, ook al is ze de uitverkorene.
‘Wacht! Zonder jou kan ik niet terug naar huis!’
Heel even houdt Esmei haar pas in, die stem, maar dan rent ze verder. Wat als ze wel haar hartsvriendin vergeten is? De Mistruiter laat immers iedereen vergeten dat je bestaat, zelfs als de dorpelingen je als sneeuwpop vinden, zullen ze je niet herkennen. Waarom heeft Asmiela haar hulp nodig?

Huiverend komt Esmei terug bij de Mistruiter en Asmiela. Ze staan haar op te wachten.
‘Waarvoor heb je mijn hulp nodig?’ vraagt Esmei.
‘Elke winter verschijnt de poort tussen jouw en mijn wereld.’
‘Welke wereld?’
‘De wereld van Kleur en die van het Zwart. De wereld van het Wit, het IJswoud, is een tussenwereld die hen samenbrengt en afstoot in alle seizoenen, op de winter na.’
‘De winter is de poort?’
Asmiela knikt.
‘Waarom ging je door de poort?’
‘Waarom keek je naar buiten, terwijl je ouders het verboden?’ kaatst Asmiela terug. 
‘Als jij mij helpt thuis te komen, help ik jou.’
Asmiela glimlacht. Ze pakt Esmeis hand. Met de Mistruiter op hun hielen gaan ze steeds verder het IJswoud in. De duizenden sneeuwvlokjes lijken hun eindeloze val te staken.
Er verschijnt een boog tussen de bomen, gemaakt van wit ivoor. Over de rondingen lopen blauwe lijnen, die Asmiela de aderen noemt. Ze lijkt ongeduldig te worden en duwt Esmei dichter naar de poort.
‘Open hem.’
‘Hoe?’
‘Weet je nog het lied dat we zongen bij de eerste sneeuwvlokken?’
Esmei pijnigt haar hersens, maar kan zich het lied niet herinneren. Ze schudt haar hoofd.
‘Waarom zing jij het niet?’
‘Kan niet. Alleen iemand uit de wereld van Kleur kan het, jij dus.’
‘Waar gaat het over?’ probeert Esmei.
Asmiela zwijgt. Esmei vraagt zich af hoe het voelt zo dichtbij te zijn, maar niet naar huis te kunnen.
Esmei loopt om de poort heen en laat haar handen over het ivoor glijden, er schiet haar geen lied te binnen.
De Mistruiter lijkt niet meer zo eng, nu hij haar nog niet in ijs verandert Volgens het verhaal neemt de Mistruiter je mee het IJswoud in, om zijn winterse eenzaamheid te verdrijven. Met hem aan je zijde blijft de kou uit je botten. Als de lente haar plaats opeist, trekt de Mistruiter zich terug en blijft het onschuldig kind achter, verdoemd om op de laatste winterdag te veranderen in een sneeuwpop. Niemand weet waar hij vandaan komt, de Wereld van het Zwart misschien?
‘Waarom verdween je?’ vraagt Esmei. ‘Waarom ben ik je vergeten?’
‘Ik werd gek van alle kleuren. Zelfs de schaduwen waren te kleurrijk. Ik besloot samen met de Mistruiter onze zoektocht naar huis voort te zetten. Zolang hij bij de uitverkorene is, kan die de kou trotseren. Niemand mag dit weten, sommige werelden horen zich namelijk niet te mengen.’
‘We zouden geen geheimen hebben.’
‘Je zou denken dat het een spelletje was en me dwingen het te vergeten.’
‘Waarom ben je mij niet vergeten?’
‘In het IJswoud bevriest alles. Je lichaam, je herinneringen en de tijd.’
‘Bevries ik straks ook?’ vraagt Esmei terwijl ze naar paars uitgeslagen vingers kijkt en de striemen op haar armen.
‘Niet zolang de Mistruiter bij je is, anders heeft het IJswoud je lot in haar handen,’ legt Asmiela uit.
‘Vertel me over de laatste keer dat ik je zag.’
‘Het was de laatste dag van de herfst. Het was warm en de zon ging onder. Je vertelde dat je zou proberen de echtheid van de Mistruiter te ontfutselen.’
‘Dat roep ik ieder jaar!’ onderbreekt Esmei haar.
‘Nee, het was het eerste jaar dat je het riep. Want op dat moment wisten we het einde, we zouden veranderen in ijs en smelten voordat iemand onze naam nog zou kunnen noemen. Iedereen zou ons vergeten en daarom moesten we binnen blijven, ver weg van de ramen vandaan!’
Toen het verhaal van de Mistruiter ontrafeld was en Esmei hem had willen zien, had iets haar tegengehouden. Een gevoel van verlorenheid hing om haar heen waardoor Emsei weg bij het raam was gebleven. Asmiela was die winter verdwenen.
Esmei kijkt naar Asmiela en ze neuriet zachtjes het lied dat haar die winter had achtervolgd.

De aderen van de poort beginnen op te lichten. De ogen van Asmiela glinsteren en ze stapt dichterbij. Ze steekt haar arm uit, die verdwijnt in de poort. Esmei ziet de wereld van het Zwart. De gebouwen zijn in duisternis gehuld en alleen de schaduwen zijn vol kleur en schemerlicht.
‘Kom!’
‘Maar,’ stamelt Esmei als ze achterom kijkt.
‘Ze zijn je al vergeten. Als je in het IJswoud blijft, zul je veranderen in een sneeuwpop en smelten bij de eerste lentestralen.
Twijfelend werpt Esmei nog een blik achter zich. Ze voelt de bijtende kou in haar ledematen. Er ontstaan ijskristallen op haar wimpers.
Nog net voordat de poort sluit, pakt ze Asmiela’s hand en verdwijnt in de wereld van het Zwart.

Achtergrond: Zwitserland, Nendaz, in de buurt van Lac de Cleuson (2010)